Theanne Boer: ‘Luisteren naar de schepping is een kunst’
In 2007 verhuisde Theanne Boer (50) van Utrecht naar Driewegen, Zuid-Beveland. Oorzaak: de liefde. Gevolg: een jarenlange zoektocht naar duurzaam en zorgzaam leven met de schepping. In columns in het Nederlands Dagblad schrijft ze nu geregeld over alle facetten van groen denken en doen. Ook werd ze actief voor A Rocha Zeeland. Nu komt ze met een boek: ‘Hoe kan ik groener leven?’.
‘Het idee werd me aangereikt door een uitgever. Hij wilde aan de slag met een nieuw concept: in tien brieven probeer je een lezer met een probleem op weg te helpen. Een soort zelfhulpboek. Ik heb het geschreven voor mensen die duurzamer willen leven, maar nog niet de tools hebben.’
Hoe pak je dat aan?
‘Ik vind het belangrijk om eerst heel goed over de waarom-vraag na te denken. Daarom geef ik in de eerste brieven veel aandacht aan de innerlijke motivatie. Wat is je drijfveer? En als je daarna aan de slag gaat, is mijn advies: doe eerst iets met een thema dat je het meest raakt. Probeer niet geforceerd dingen aan te pakken.’
Wat heeft jouzelf in beweging gebracht?
‘Allereerst is dat inderdaad mijn ontmoeting met Nanning-Jan. Ik bezocht hem ooit om hem te interviewen, nu zijn we al weer ruim twaalf jaar getrouwd. Ik herinner me nog dat ik destijds van de ene verbazing in de andere viel. Vroeger kon een vakantie me niet dynamisch genoeg zijn: ik trok graag van de ene plek naar de andere. Nanning-Jan kan drie weken op één plek vakantie houden. Elke dag maakt hij met plezier dezelfde wandeling en elke dag ontdekt hij dan nieuwe dingen in de natuur! Een voorbeeld? We maakten ooit een prachtige wandeling over bij Tienhoven. We zaten een poosje bij een watertje. Ik had een bepaalde eindtijd in mijn hoofd en zei op een gegeven moment: “We moeten door”. “Nee”, zei hij, “ik zag net een ijsvogel. Als we even wachten, komt hij weer terug. Ze pakken vaak dezelfde route.” Dat wist ik helemaal niet. Ik zette me zuchtend neer. Maar inderdaad, hij kwam opnieuw! Prachtig!’
‘Toen we al getrouwd waren, hadden we op een gegeven moment muizen in huis. Als stadse dame zou ik onmiddellijk een doos gif neerzetten. Maar ik wist wel dat ik dat beter niet kon voorstellen. Dus ik wachtte af wat de natuurkenner in huis zou beslissen. Nou, die deed helemaal niets! Uiteindelijk liepen de muizen over het aanrecht. Toen er een keer een muis uit de koelkast sprong, zei ik: “Nu is mijn grens bereikt. Kun je niet een manier vinden om ze weg te krijgen?” Hij bleek een inloopval te hebben. ’s Nachts was het meteen raak, we hoorden de val dichtklappen. Maar, wist hij, een muis kan maar een paar uur zonder eten. Hij stapte dus zonder morren uit bed, kleedde zich aan, stapte met de val in de auto en reed naar zijn land om de muis los te laten.’
‘Snap je iets van mijn verbazing? Wat mij ontroert is zijn verhouding tot de natuur: die is veel gelijkwaardiger. Wij horen bij de andere schepselen en zij bij ons. We leven in elkaars wereld. Als mensen zijn we eigenlijk te gast in hun wereld, niet andersom. We heersen over iets waar we ook zelf onderdeel van zijn, zo is het.’
Je noemt in je boek drie Benedictijnse leefregels die belangrijk zijn voor onze verhouding tot de schepping. Noem ze eens.
‘De eerste is de ‘stabilitas loci’. Dat betekent dat je de plek waar je woont, echt leert kennen. Dat je je verbonden voelt met een vaste plek en weet wat er om je heen leeft en groeit en bloeit. Dat je je hecht aan de plek waar je bent. Voor mij was dat een experiment, hier in Zeeland. Inmiddels weet ik precies wat er groeit. Ik heb hier geleerd dat ik geen sperzieboontjes en aardbeien in december moet kopen. Ik heb contact met de seizoenen gekregen, dat zou ik niet graag meer kwijtraken.’
‘Het is trouwens echt niet alleen halleluja hoor. We leven hier te midden van industriële landbouwgebieden. Hier wordt grootschalig chips, patat, suiker en veevoer geproduceerd. En tegelijk vind ik hier ruimte en rust, het oude land dat nog door monniken in cultuur is gebracht is nog herkenbaar. Er ligt iets heel gewijds in het landschap, dat past helemaal bij die Benedictijnse principes.’
‘De tweede leefregel is die van de ‘obedientia’. Letterlijk betekent dat gehoorzaamheid, maar bij de benedictijnen gaat het om veel meer. Het draait om de kunst van het luisteren. Je kunt je oor te luisteren leggen in het landschap. Wat verwacht de schepping van me? Hoe kan ik goed doen? Ik ben ervan overtuigd dat mensen door onwetendheid niets doen, domme dingen doen. Ik kan nu een aantal roofvogels onderscheiden. Ik heb een keer, echt een magisch moment, een hele groep grutto’s uit het zuiden zien terugkomen en hier zien neerstrijken. Dat helpt me ook ontzag te krijgen voor de Schepper. A Rocha helpt mij ook om aan obedientia te doen. Ik zit veel te veel in mijn hoofd, terwijl het juist zo goed is om met je handen in de natuur bezig te zijn. Dat is het echte ‘zorgen voor’ en ‘luisteren naar’. Als ik met A Rocha Zeeland een ochtend werk in de natuur, leer ik meer over de schepping dan in een week achter mijn bureau.’
‘De derde leefregel is de ‘conversio morum’. Je gewoonten veranderen. Het moeilijkste wat er is. Veranderen gaat met vallen en opstaan, je moet jezelf gunnen dat dat mag. Ik denk dat het betekent dat we ook leren inleveren. Plechtig gezegd: je moet een offer brengen voor de verlossing van de schepping. Ik houd bijvoorbeeld echt niet van kool. Boerenkool, witte kool, zuurkool, ik vind het niets. Maar in de winter is er soms niks anders te krijgen dat verantwoord is. Dus dan toch maar aan de kool.’
Leg je een lat voor jezelf aan?
‘Nee, zeker geen absolute lat. We zijn allemaal op weg. Ik wil echt graag een klimaat kweken van: ga het proberen, doe alsjeblieft wat. Laten we de drempel zo laag mogelijk maken. Dat werkt, die reactie krijg ik op dit boek. Dat mensen er zin in krijgen om iets te gaan doen.’
Wat hoop je uiteindelijk te bereiken met tien brieven?
‘Dat mensen zich een houding eigen maken waarbij ze ruimte geven aan andere schepselen. Dat mensen bij alles wat zij doen, zich afvragen: neem ik hier ruimte in ten koste van…? Wie betaalt hier de prijs? Dat is verantwoordelijkheid nemen voor het stukje van de schepping waarin je verkeert. Je bent er echt als je het verinnerlijkt hebt. Niet alleen in je handen, ook in je hoofd en je hart. Een innerlijke houding van zorgzaamheid noem ik het.’
En mensen die geloven dat elke stap de bekende druppel op de gloeiende plaat is…?
‘Ook voor hen schrijf ik een brief in mijn boek. Want ze zijn er veel: mensen die geloven dat het allemaal niks helpt. Een beetje minder vliegen of een blokzeep kopen in plaats van een plastic fles, het gaat het verschil volgens hen niet maken. Met de econoom Bob Goudzwaard zeg ik dan: let niet op de ‘eindselen’, op wat je wil bereiken. Ga uit van je ‘beginselen’. Wij zijn genoodzaakt goed te wezen, zegt hij. Dat is je plicht. Klaar! Ik geloof ook dat God deze wereld redt. Maar het ontslaat me niet van de plicht om de opdracht uit Genesis 1 gestalte te geven.’
Naar aanleiding van: Hoe kan ik groener leven? Tien bemoedigende brieven. Theanne Boer. Uitgeverij Plateau.

Foto’s: Rogier Bos, www.rogierbos.com.